Van toen naar nu…

Van kinds af aan was ik al aan het sporten

Stilzitten kon ik toen ook niet. Het begon met peutergym en zwemlessen. Na de peutergymfase bleef ik bij de gymvereniging en deed af en toe mee met een wedstrijdje. Tevens gingen we iedere zaterdagochtend extra trainen (selectie). Toen ik acht was en een aantal zwemdiploma's had gehaald, ging ik op de zwemclub. Zowel bij het zwemmen als het gymmen wilde ik graag beter zijn dan een ander. Wedstrijden waren de ideale meetmomenten. Ook ging ik ergens in deze periode met een clubje op schaatsles. Leuk, elke zondagochtend, met aan het einde van het seizoen een diploma als beloning.

Bij de gymvereniging mocht ik met het selectieclubje meetrainen

maar ook bij de zwemvereniging kwam ik op een bepaald moment voor die keuze te staan. Ik zei echter nee tegen de selectie. Ik was pas tien jaar en m'n ouders zouden dan wekelijks zeker drie keer per week met mij op reis moeten naar het zwembad. Op dat moment had ik ook net besloten dat ik graag op atletiek wilde. Ik deed immers pas twee sporten. Eén keer per week hadden we een uurtje training. Alle onderdelen, maar het lopen en springen vond ik het leukst. Toen ontdekte ik dat er ook op zondagochtend getraind werd, enkel hardlopen. Vanaf het moment dat ik hier meedeed wist ik het zeker! Hardlopen is mijn ding. Ik zat op drie sporten, maar dat betekende niet dat ik enkel dat deed. In mijn vrije tijd ging ik graag skeeleren, wielrennen, schaatsen (winter) en dagelijks de reis naar het buitenbad in het zomerseizoen. Toen ik op de middelbare school zat deed ik mee in de ploegenachtervolging. Ik geloof dat we drie keer naar de Nederlandse kampioenschappen zijn geweest. Er waren eerst regionale kampioenschappen en dan mochten de eerste twee teams naar de nationale kampioenschappen. Gaaf, die grote ijsbanen te zien. Hoewel ik de beste schaatser uit ons team was, baalde ik ontzettend als ik een licentierijder zag schaatsen. Deze ging immers veel te hard voor mij. Technisch zat het wel goed, conditioneel ook wel, vandaar waarschijnlijk dat ik gevraagd werd lid te worden bij een schaatsvereniging, zodat ik met hen mee kon trainen. Ik bedankte, had immers het hardlopen al ontdekt.

Mijn eerste wedstrijdje

op de weg, liep ik denk ik toen ik veertien was. Mijn eerste crossjes liep ik bij de B-junioren (dacht ik), hier in Drenthe, Groningen en Friesland. Dit was een groot succes, meteen wist ik de crosscircuits op mijn naam te schrijven. Toen ik echter eens nationaal een wedstrijd meedeed, wist ik dat mijn niveau bij lange na nog niet top was.

Ik wilde er voor gaan, maar mijn trainer hier in Dwingeloo (Joep van Leeuwen) gaf aan dat hij zich hier niet voor de volle 100% voor kon geven (hij steunde me wel in mijn keuzes en wees me even op de feiten als ik impulsieve keuzes maakte).

Jammer, dat Joep mij niet volledig wilde trainen en begeleiden, maar wel eerlijk hij hielp me te zoeken naar een andere vereniging, maar de trainer van die vereniging vond mij.

Pieter Vos, toen Athlon Loopgroep Heerenveen

vroeg of ik eens mee wilde trainen en zo komt het dat ik nu nog steeds lid ben in Heerenveen, nu AV Heerenveen. In Heerenveen trainde ik één of twee keer per week mee op de baan daarnaast ging ik zelf nog één of twee keer per week hardlopen. Maar ja, toen werd ik zeventien, de HAVO klaar, en wilde graag naar de ALO in Groningen. Veel sporten, veel reizen, dus minder tijd om te trainen. Ik koos er toen bewust voor om mijn studie eerst voorrang te geven en enkel trainen als dit kon, ik vond vaak nog wel een gaatje voor een loopje in tussenuurtjes of in de avonduren. In het derde studiejaar kreeg ik iets meer tijd en ging met meer regelmaat vier heel soms vijf keer per week trainen. Op dat moment had ik ook een eigen auto en kon dus makkelijker wekelijks naar Heerenveen. Ik liep op donderdagavond het programma met de jongens mee en de rest van de week vulde ik eigenlijk zelf in, wel een paar adviezen van de trainer, maar meeste bedacht ik zelf.

Na het NK-cross in Norg

vond ik dat het anders moest wilde ik echt hoger op komen. Hiervoor had ik al een paar goede gesprekken gehad met Bram Wassenaar, ik belde hem om nog eens samen aan tafel te gaan, met Pieter. Met z'n drieën een goed gesprek gehad, maart 2006, vanaf dat moment train ik dus echt op Bram z'n schema's en train ik echt met regelmaat en niet enkel als het me uitkomt. Ik merkte al na een aantal weken dat dit mij goed deed, meer rust in m'n hoofd (ik hoefde niet meer zoveel na te denken over het soort training wat ik ging doen) en lichamelijk ook meer rust (trainingen veel beter op elkaar afgestemd).

Pieter is echter ook nog betrokken bij mijn sport. Ik zie hem meer als een (mental)coach, ik vind het fijn af en toe een babbeltje met hem te maken en dat hij me coacht bij wedstrijden.

De eerste zomer dat ik bij Bram trainde

was een geweldig succes, mijn pr's gingen aan diggelen (12sec. op de 1500m en 40sec. op de steeple) én als beloning mocht ik naar de EK-baan in Göteborg. Ook het begin van het crossseizoen ging super, met een 11e plek op de EK-cross onder 23. Toen kreeg ik een dip, ziekte, overlijden en wat nog meer in familie en kennissenkring. Ik zag het hardlopen als goede afleiding en ging gewoon hard door ook als het eigenlijk niet ging, ik zei het niet aan Bram (dom, dom), tja. Vervolgens ook nog een pijnlijke kuit en knieholte, waardoor ik een paar weken niet kon lopen. Dit hele gedoe in het voorjaar heeft er mede toe geleid dat ik in de zomer van 2007 niet geweldig liep. Nu, februari 2008, gaat het weer goed. Gedurende het crossseizoen heb ik de stijgende lijn weer te pakken gekregen en voel me de afgelopen weken fit en sterk. Ik hoop deze lijn door te kunnen zetten, niet alleen deze winter en zomer, maar zolang mogelijk.

In februari 2008 ging het weer goed? Nou, dat had ik gedacht, echt niet! Hoe kwam dat nou?

Ik bleef problemen houden met het op peil krijgen van mijn ijzer en hb waarden. Aan het einde van de zomer werd dit alles eindelijk beter. We hebben toen nogmaals een lange rustperiode ingepland (begin van de zomer ook al een keer) en ja hoor ik krabbelde er weer bovenop. En hoe? Met een bronzen plak op de NK-cross in het voorjaar. En de start van de zomer was ook lang niet gek. Ik benaderde de al in de eerste wedstrijden pr's. Het gevolg was dat ik mocht uitkomen voor Nederland tijdens de Europacup op de 3000m steeple chase. Yes, nu zal ik ze eens wat laten zien. Mijn pr aandiggelen, in mijn eerste wedstrijd had ik dit zeker gedaan als ik niet tegen de balk was aangelopen 🙁 Pang!!! en we mochten, duwen trekken, opzoek naar je plek en...AU! Wat gebeurde er? Ja, daar lag ik, kon niet meer staan op m'n rechtervoet. Met een brancard werd ik afgevoerd en einde zomerseizoen. Oh, wat baalde ik. Na twee mindere zomers voelde ik me zo sterk en nu dit. Nou, ja herpakken, revalideren en dan maar zien hoe snel ik weer mee kan doen. Ik verbaasde mezelf toen ik in oktober m'n beste 4Mijl van Groningen tot dan toe liep, wow wat een terugkomst.

De winter van 2009 betekende een grote verandering. Ik ging verhuizen naar Apeldoorn, omdat ik zo mijn reistijden naar trainingen, trainer en wedstrijden kon halveren. Dit betekende ook einde AVD. Dat vond ik wel erg jammer. Na zes jaar trainingen geven, de club zien groeien, nieuwe trainers opgeleid, enthousiaste ouders bij de club geactiveerd, moest ik toch toegeven dat ik mijn clubje goed achterliet.

Ik was dus terug van mijn enkel kwetsuur en kon nu mooi doorgroeien voor een sterke zomer. Eerst had ik mijn peilen gezet op het NK-cross. Vanaf de start ging het soepeltjes en al snel lagen Miranda Boonstra en ik los van de rest. Ja, zij was echt een maatje te groot voor mij en dus zilver. Mooi, zeker de wijze waarop. In het voorjaar liep ik nog wat mooie uitslagen in de wegwedstrijden en in de zomer wilde ik graag de limiet voor de EK-baan lopen. Nee, je zult het niet geloven. Wat er nu was? Een darmparasiet. Het was begin juni, maar ja een antibioticakuur en daarvan bijkomen betekende wel een trainingsachterstandje. Ik had ook nog maar één kans, dat was tijdens het NK-baan in juli. Hopen dus op ideale weersomstandigheden en een beetje tegenstand. Dat laatste had ik weinig en al na twee rondjes merkte ik dat de wind te veel spelbreker was voor iemand alleen. De Nederlandse titel haalde ik wél binnen, een doekje voor het bloeden.

Ik kon vervolgens mijn stijgende lijn wel doorzetten. Bram en ik waren overtuigd van het EK-cross. Hier maakten we de planning op. In de Warandeloop (laatste weekend nov.) moest ik aantonen twee weken later op de EK een top 16 te kunnen behalen. Met mijn 7e plek in Tilburg en als 2e Nederlandse, maar vooral de wijze waarop leek mij voldoende. Na de finish werd ik ook door iedereen gefeliciteerd met mijn kwalificatie, maar nee, ik mocht niet gaan. Snap je dat niet? Ik ook niet helemaal. Dit maakte me wel boos en nog meer gebrand te laten zien wat ik kan. 31December liep ik een sterke wedstrijd in Soest, voor het eerst op het (internationale) podium, brons. En toen, de tweede zondag van januari (2011), hier had ik naar uitgekeken, mijn debuut in de halve van Egmond. Wow, wat een debuut. Als ik had geweten dat het me zo makkelijk af zou gaan, had ik wel meer gas kunnen geven. Ik werd 3e Nederlandse (Kibet, Plaatzer en ik), mijn tijd was ook lang niet gek 1.16.47.

Het NK-cross in februari waar ik graag goud wilde bemachtigen ging niet geweldig. Het was niet de conditie, het waren eens weer die vervelende darmen van mij. Ik kon hierdoor gewoon niet diep gaan en moest genoegen nemen met zilver. Ja, dat is natuurlijk niet slecht, zeker niet als je niet 100% bent, maar toch. Een week later bewees ik mijzelf een goede dienst door in de Eurocross Diekirch (EEA-permitmeeting) 10e te worden na een sterke race, Yippie!

2011 werd een goed jaar. Op de dagen dat ik fit was liep ik zeer goed. Al in april liep ik een snelle 2000m en mijn eerste 3000m was verre van optimaal, maar de tijd was niet ver boven mijn pr. Ik wilde graag nog één keer deze afstand lopen om zeker te zijn van een ticket voor de Europacup. Deze wedstrijd was zeer slecht, achteraf door ziekte. Gelukkig had ik die andere 3000m al gelopen en deze was snel genoeg om toch mee te mogen naar de EC. En daar liep ik een super goede wedstrijd, ik eindigde een treedje hoger dan men van mij verwachtte en zelfs de tijd was na geboemel in de eerste 1000m goed te noemen.

Deze zomer ging ik voor het eerst op hoogtestage, echte hoogte +1800m. Een ervaring, hoe zou dit uitpakken? Heb ik een hoogtedip en zo ja wanneer. Die hoogte dip had ik, precies op de dag dat ik een pr wilde lopen in Heusden op de 5000m. Gelukkig was ik twee weken later wel goed bezig en behaalde brons op de NK. Na, mag je denk ik wel zeggen, de sterkst bezette NK5000 sinds jaren.

In september van dit jaar maakte ik weer een debuut, nu in de Dam tot Damloop 16 EM. Ook deze ging me (te) makkelijk af. Weer derde Nederlandse (Kiplagat, Pol en ik) internationaal was het ook prima, 9e volgens mij.

Opnieuw de pijlen op het EK-cross, maar nee ook dit jaar niet. Met een verbeten gezicht keek ik naar de tv, want daar had ik (net als de Belgen) wel een top 20 kunnen halen.

In 2012 was het eindelijk zo ver: mijn eerste marathon

Ik liep mijn eerste marathon, in Eindhoven. Hier had ik maar liefst 17 jaar op gewacht! Ik genoot van start tot finish en met een tijd van 2.34…….. kan ik wel zeggen dat dit een geslaagd debuut was.

2013 mijn tweede marathon, wederom in Eindhoven. Doel was om de individuele limiet voor het EK te lopen, 2.34.00. Ik had twee fantastische tempomakers in Erik Negerman en Marco Gielen. En dat was maar goed ook die dag! Het was hondenweer! Toen we moesten inlopen goot het pijpenstelen. Echt niet normaal! En de gevoelstemperatuur lag naar zo rond de 5 graden. Een deel van de warming-up deed ik dan ook binnen, maar ja we moesten wel weer door die harde regen naar de start. En waren dus al doorweekt voor het startschot. Ik dacht er niet bij na dat deze omstandigheden invloed zouden kunnen hebben op mijn prestatie, maar dat was naïef. Vanaf een kilometer of 30 begon ik kramp te krijgen, maar ik moest en wilde door. Hulde aan mijn tempomakers die dag, want zonder hen was het een stuk lastiger geweest. Ik finishte in 2.35…. , de teamlimiet voor het EK van 2014. En Nederlandskampioen én tweede overall, heel kort achter een dame met een pr van 2.27 (ik liep op haar in tegen het einde) Behalve dan dat ik een week lang kramp had, had ik verder geen schade opgelopen en ging in de winter weer lekker crossen. Aan het einde van de winter (maart 2014) stond er nog wel iets belangrijks, normaal gesproken een formaliteit, op het programma. Ik moest vormbehoud tonen voor het EK door een halve marathon onder de 1.17 te lopen. Normaal geen probleem, maar tijdens deze halve kreeg ik last van m’n linker hamstring (later bleek door bekkenscheefstand). Ik wisselde wandelen en hardlopen af en had nog minder dan 10 seconden speling toen ik finishte, maar de taak was volbracht.

In augustus 2014 mijn eerste toernooi-marathon

Het EK in Zürich. We stonden met een team van vier dames aan de start. Het was een lastig rondje (4 keer zelfde ronde) met een enorme klim en enorme afdaling erin. In de voorbereiding was ik drie keer naar Zürich geweest om te verkennen. En die heuvel zou de scherprechter worden. Ik kan goed dalen en zag er naar uit om te rennen! Mijn wedstrijd liep geheel volgens plan. Ik startte in een klein groepje achter de kopgroep en liep zo steeds verder naar voren. Mijn opmars staakte pas na ruim 30 kilometer. Ineens had ik heel veel pijn aan mijn voet en dacht aan uitstappen. Ik kon mijn voet niet meer afwikkelen, alleen maar neerzetten en weer optillen. Uitstappen was echter geen optie, want een stemmetje in mijn hoofd zei: “straks stop je en zit de pijn alleen maar tussen je oren.” Ik werd 13e, met een minimaal verval in de laatste tien kilometer. Ik had net de race van m’n leven gehad en was blij, maar had zo’n pijn! Later bleek dat ik die laatste tien kilometer had gelopen met een gebroken voetpees en een paar ingescheurde voetspieren. Oeps! Een lang revalidatietrajecet startte, maar nooit een dag zat ik in de put. In alles wat ik deed zag ik uitdagingen en ik wist waarvoor ik het deed. Verbazingwekkend genoeg liep ik een paar hele goede crossen. Een paar zeg ik, want toen in februari/maart 2015 de loopbelasting weer bijna op normaal zat kreeg ik in dezelfde voet een stressfactuur. Ondanks dat ik in september 2015 de limiet voor de Spelen wilde gaan lopen, was ik niet in paniek.

1 mei 2015 liep ik weer een paar keer tien seconden hard, op een kunstgras ondergrond. Jippie!!! De conditie was uitstekend, want ik had veel alternatief getraind, maar lopen is toch wel de ultieme bevrediging. In september 2015 liep ik de limiet voor de Spelen van Rio de Janeiro. Het was in Berlijn. Wederom had ik Erik Negerman mee als tempomaker en wat hadden we een race! Ik liep tot twee keer toe een pr op de halve marathon en de limiet van 2.28.00 liep ik ruimschoots. Met 2.26……. werd ik vijfde overall, eerste Europeaan en kwam zelfs vierde te staan op de Nederlandse allertijden ranglijst. Voor mij staan: Lornah Kiplagat, Hilda Kibet en Carla Beurskens. Een mooi richtpunt voor de toekomst om deze dames achter mij te zien!

Yeah!!! Naar de Olympische Spelen!

Dit was waarom ik op atletiek ging. De marathon onder de 2.30.00 en naar de Olympische Spelen, mijn kinderdromen kwamen uit!

Ondanks een gedegen voorbereiding, ondanks dat ik mij fitter voelde dan in Berlijn, ondanks dat we ruim van te voren in Brazilië waren, raakte ik bevangen door de hitte tijdens mijn Olympische debuut. We waren eerder afgereisd om te acclimatiseren, maar het werd niet werd tot mijn wedstrijddag. Het werd bloedheet en er was geen wolkje aan de hemel. Totaal gedesoriënteerd finishte ik als 60ste en niet in de top 15, zoals de bedoeling was. En ondanks deze enorme deceptie zat ik niet in de put. Het was voor mij gewoon dikke vette pech op de wedstrijddag, maar de marathon is meer dan alleen de wedstrijddag. Het is de hele reis er naar toe. De voorbereiding, de focus, de keuzes, de dingen die je meemaakt. Het mooiste avontuur dat er bestaat.

Na de Spelen een zwart gat? Een diep dal? Niks daarvan. Ik was na een week al bezig met 2020. Hoe zou ik daar op mijn best kunnen zijn? Ik stelde vast dat ik t/m 2020 één marathon per jaar wil blijven lopen (omdat ik denk zo de meeste progressie te kunnen maken), ik wil minimaal één keer in Tokyo geweest zijn in de periode van de Spelen (juli/augustus), ik wil de limiet wederom in september in Berlijn lopen (2019) en in 2018 wil ik voorin meelopen op het EK in Berlijn (augustus). Dit betekende dat ik in 2019 en 2018 geen mogelijkheid zag om in juli/augustus naar Tokyo te gaan. En dus bleef 2017 over. Indien ik in het najaar een marathon zou gaan lopen, moest ik in mijn voorbereiding naar Japan afreizen en dat wilde ik niet. Logischerwijs koos ik dus voor een voorjaarsmarathon. Wel een gok, aangezien ik vaak last heb van allergische reacties.

Het werd Londen

Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Een “Major”, een strijdmarathon, een vrouw tegen vrouw race en dus de klok minder belangrijk. Hoewel ik het liefst wel 2.28.00 zou lopen om mijn A-status terug te verdienen. En ik in ieder geval onder de 2.34.00 wilde finishen, de limiet voor het EK van 2018. WOW, echt gaaf om dit enorm grote evenement mee te maken! Dit kan ik verder niet onder woorden brengen, zo gaaf. Tot halverwege ging het top, ontspannen en in de perfecte groep, op schema 2.28.00. Ik was de sterkste dat voelde ik aan alles. Tot we de Towerbridge over waren toen was alles anders. Hele zware kilometers wisselden zich af met easy kilometers. Ik moest de groep laten gaan en liep net zo makkelijk weer terug, maar het brak mij op. Het werd een mentale strijd. Ik won die strijd met mezelf en finishte ruim onder de EK-limiet (2.31….). Achteraf hoorde ik dat er (in het verleden) vele toppers (en reacreanten) waren uitgestapt na halverwege of met dezelfde problemen kampten als ik. Gezien de pijn aan mijn borstkas en luchtwegen was het wel overduidelijk, ik had last van de pollen! Maar ik liep de limiet voor het EK en was een belangrijke ervaring rijker. Het andere voordeel; op spierniveau was ik lang niet tot het gaatje gegaan, omdat dit niet ging, wat betekend dat ik sneller herstelde. Ik nam gewoon een lange rust na de marathon, maar voelde wel dat ik gelijk op een hoog niveau m’n trainingen weer kon gaan oppakken.

De zomer besteedde ik aan basistrainingen én ik ging naar Tokyo! Weer zo’n gave ervaring erbij. En wat ben ik blij dat ik dit heb gedaan. Die ervaring van warmte en vochtigheid en wat dat met je lichaam doet, die ervaring kan wel eens essentieel gaan worden in mijn voorbereidingen en tijdens de Olympische marathon.

In de winter van 2017/2018

liep ik een super crossseizoen. Nog niet eerder was ik de hele winter zo stabiel. Met twee Nederlandse titels op zak (cross en 1/2 marathon) kon ik met een nog geruster hart mijn rustperiode in. Een paar weken schemaloos en de batterij opladen voordat ik aan mijn voorbereiding op het EK kan starten!

Wat doe ik verder

Eind 2009 verhuisde ik naar Apeldoorn. Lekker dichtbij de atletiekbaan, Papendal, het bos, het station en reisafstanden naar wedstrijden en naar de trainer werden hiermee gehalveerd. Met deze verhuizing moest ik ook op zoek naar ander werk. Het eerste jaar heb ik sportactiviteiten aangeboden op een buitenschoolse opvang. Fantastisch te combineren met het lopen, maar dit was het toch niet helemaal. Hierna kwam ik in dienst bij de Gelderse SportFederatie. Een hele diverse baan, van gymlessen verzorgen, tot leerkrachten coachen, sportdagen begeleiden, sportprojecten organiseren, senioren in beweging zetten, beweegtuinen, fittesten afnemen, bedrijfspresentaties,… En belangrijk voor mij ik had heel veel zeggenschap over mijn eigen werkrooster, ideaal als je veel traint! Na een paar jaarcontracten, ging ik over naar een nul-urencontract en de volgende stap was als ZZP-er aan de slag. Nu, anno 2018, ben ik als ZZP-er in te huren en doe diverse klussen die raakvlak hebben met mijn passies en mijn opleiding, alles heeft dus een raakvlak met topsport, sport en bewegen in het algemeen en gezondheid. Van lesgeven tot adviseren en presentaties verzorgen. Van lager onderwijs tot universiteit en verenigingsleven tot bedrijfsleven. Voorop staan altijd twee dingen: het moet in mijn trainingsschema passen en ik moet het leuk vinden. Ik sta vaak even stil bij de unieke situatie waarin ik mij bevind en voel mij bevoorrecht mijn leven zo te mogen leiden.

In mijn vrije uurtjes vermaak ik me met lezen, schrijven of verdieping in interessante materie over sport/bewegen/het menselijk lichaam. Op een echte rustdag of in een rustigere trainingsweek doe ik wat sociaals als een bezoekje aan vrienden/familie.